Dit artikel is tot stand gekomen in betaalde samenwerking met HEMA.
Een pan pasta, een snelle curry of op zondag een grote hoeveelheid soep: uiteindelijk bepaalt niet alleen het recept hoe prettig je kookt. De pan die je gebruikt speelt minstens zo’n praktische rol. Zeker wanneer je overstapt van gas naar inductie, want niet iedere pan die jarenlang op het fornuis stond is automatisch geschikt voor de nieuwe kookplaat.
Je hoeft gelukkig niet direct zonder nadenken een compleet nieuw pannenkastje bij elkaar te kopen. Controleer eerst wat je al hebt en kijk daarna welke soorten pannen je tijdens een normale kookweek daadwerkelijk gebruikt. Dat levert vaak een veel logischere basis op.
Waarom heeft inductie geschikte pannen nodig?
Bij een inductiekookplaat wordt de warmte anders opgewekt dan bij koken op gas. De kookplaat werkt met een magnetisch veld en daarvoor moet de bodem van de pan geschikte magnetiseerbare eigenschappen hebben. Een pan die prima op een gaspit werkte, hoeft dus niet vanzelf op inductie te functioneren.
Volgens de Consumentenbond moet een geschikte pan een magnetiseerbare en geleidende bodem hebben die volledig vlak is. Vaak staat op de onderkant van een pan of op de verpakking een symbool waaraan je kunt zien dat deze geschikt is voor inductie.
Wie nieuwe inductie pannen zoekt, kan bij HEMA kiezen uit verschillende soorten, waaronder kookpannen, koekenpannen, wokpannen, steelpannen en andere modellen die geschikt zijn voor koken op inductie. Kijk daarbij vooral naar wat je regelmatig klaarmaakt. Iemand die vaak soepen en pasta’s kookt heeft nu eenmaal andere pannen nodig dan iemand die vooral roerbakt of eenpansgerechten maakt.
Controleer eerst de pannen die je al hebt
Een nieuwe inductiekookplaat betekent dus niet automatisch dat alle oude pannen weg moeten. Controleer eerst de onderkant. Staat er een inductiesymbool op, dan weet je meestal snel genoeg dat de pan ervoor bedoeld is.
Bij oudere pannen kan de informatie verdwenen zijn of er nooit op hebben gestaan. De Consumentenbond legt in de uitleg over geschikte inductiepannen uit waar een panbodem aan moet voldoen en hoe je kunt bepalen of bestaande pannen bruikbaar zijn.
Kijk meteen naar de staat van de bodem. Een vlakke bodem maakt goed contact met de kookplaat. Een oude pan die door jarenlang gebruik behoorlijk krom is geworden, kan daardoor minder praktisch zijn op inductie.
Niet iedere maaltijd vraagt om dezelfde pan
Het is verleidelijk om een grote pannenset te kopen waarin meteen alles zit. Toch is het slimmer om eerst te bedenken wat er bij jou werkelijk op tafel komt.
Een degelijke kookpan gebruik je voor aardappelen, groenten, rijst en natuurlijk pasta. Wie graag soep maakt, heeft vaak meer aan een wat grotere pan. Een steelpan is weer handig voor saus, havermout of een kleine hoeveelheid eten.
Een koekenpan behoort in veel keukens tot de meest gebruikte exemplaren. Je bakt er een ei in, maakt er groenten in klaar of begint er de basis van een saus mee. Voor curry’s, pastasauzen en eenpansgerechten kan een diepere hapjespan juist prettiger zijn, omdat je meer ruimte hebt om ingrediënten door elkaar te scheppen.
En ben je gek op snelle wokgerechten? Dan is een wok natuurlijk logischer dan proberen dezelfde hoeveelheid groenten in een kleine koekenpan te krijgen.
De maat van de pan telt ook mee
Groter is niet automatisch beter. Een enorme pan gebruiken voor een kleine portie saus is onhandig, terwijl een te kleine koekenpan ervoor zorgt dat ingrediënten boven op elkaar liggen in plaats van voldoende ruimte te krijgen.
Stem de maat daarom af op het aantal mensen waarvoor je meestal kookt. Kook je normaal voor één of twee personen, dan heb je waarschijnlijk meer aan een paar praktische middelgrote pannen dan aan een kast vol grote exemplaren.
Ook de verhouding tot de kookzone verdient aandacht. De Consumentenbond adviseert een pan te gebruiken die ongeveer even groot is als de kookzone. Zo passen pan en kookzone beter bij elkaar.
Op inductie reageert de warmte snel
Wie jarenlang op gas heeft gekookt, moet soms even wennen aan inductie. Je ziet geen vlam en toch kan een pan snel reageren wanneer je het vermogen hoger of lager zet.
Dat is bijvoorbeeld prettig bij een pastasaus die eerst moet koken en daarna rustig mag pruttelen. Ook bij het bakken van groenten kun je snel bijsturen wanneer een pan te heet dreigt te worden.
Begin niet automatisch op de hoogste stand. Zeker bij bakken is rustig opwarmen vaak prettiger. Zodra je weet hoe jouw kookplaat en favoriete pannen op elkaar reageren, gaat dat vanzelf.
Kies pannen op basis van wat je echt kookt
Een pannenkast hoeft niet vol te staan om uitgebreid te kunnen koken. Met een paar goed gekozen formaten kom je voor een normale week verrassend ver.
Maak bijvoorbeeld eens een lijstje van wat je de afgelopen zeven dagen hebt gekookt. Pasta, soep, gebakken aardappelen, curry en een omelet? Dan zie je meteen welke pannen regelmatig terugkomen. De braadpan die maar twee keer per jaar uit de kast komt hoeft bij een overstap naar inductie misschien minder hoog op de prioriteitenlijst te staan.
Dat geldt ook als je voor het eerst op jezelf gaat wonen. Begin met de pannen die nodig zijn voor je favoriete gerechten. Aanvullen kan altijd nog wanneer je merkt dat je iets mist.
Goed koken begint niet bij zoveel mogelijk spullen
Nieuwe keukenapparatuur maakt het verleidelijk om meteen allerlei nieuwe spullen aan te schaffen. Voor koken op inductie is dat meestal niet nodig. Controleer eerst welke bestaande pannen geschikt zijn en vervang of vul alleen aan waar dat praktisch is.
Let bij nieuwe pannen op geschiktheid voor inductie, een vlakke bodem, het formaat en vooral het soort gerechten waarvoor je ze wilt gebruiken. Dan eindig je niet met tien pannen waarvan er drie dagelijks worden gebruikt en de rest vooral kastruimte inneemt.
Want uiteindelijk blijft koken gewoon koken. Of je nu een uitgebreid weekendgerecht maakt of om half zeven snel pasta op tafel probeert te krijgen: de fijnste pan is meestal degene die precies past bij wat er die avond in komt.